pianoverhalen

 

[home]
[
techniek]
[pagina:][1][
2][3][4][5][6][7][8][9][10][11][12][13][14][15][16][17][18][19][20][21][22][23][24]

 

HET GEHEIM

De vleugel hing in de lucht en tekende zich als een geblakerde karbonade af tegen de besneeuwde bergtoppen.
Tussen het zwartgelakte hout en de kabels die het instrument omklemden, was een grijze deken geschoven.
De gele hijskraan torende als een eenarmige, stijve reus boven het huis uit en begon langzaam zijn last neer te laten.
Vlak boven het balkon bleef de piano zweven en bewoog zachtjes heen en weer.
De kabels kraakten licht, het elektrische hefwerktuig zoemde en de zon brandde.
Beneden, in de schaduw van de huizen, vulde het onderstel van de kraan de volle breedte van de hellende straat.
Een vierkante dwarsbalk was tegen de achterwielen geschoven.
Toen de piano helemaal stil hing begonnen de mensen weer te praten, kinderen en honden renden rond, stevige vrouwen zetten hun manden met groente neer en legden het hoofd in de nek.
De verhuizers waren met z'n drieën.
Eén bediende de hijskraan, de andere twee gingen het huis binnen met de zware poten van de vleugel onder hun armen.
De.poort van het huis bleef openstaan.
Een wieltje schampte tegen het ongeverfde eikenhout van de deur.


Toen een van de mannen terugkwam om de slede te halen was de stoep volgelopen met kinderen.
Toen vlogen de balkondeuren open en stond de tweede man ineens tussen de blauwe bloemen.
Hij keek uit over leistenen daken, over glooiende weiden, over terrassen, afgezet met grijze steen; hij zag hier en daar een magere koe, hij zag op de bodem
van het dal de smalle zilverstreep van de rivier.
'Ik ga zakken,' riep de bediener van de hijskraan.

Ook de man met de slede kwam het balkon op;
met gespreide armen stonden beide mannen te wachten, ze reikten in de hoogte om vat op de vleugel te krijgen en lieten hem langzaam op de slede neerkomen.
De kraan trok zijn arm met de kabel en de zware haak weer op, de piano als een onhandelbare last op het balkon achterlatend.
Van binnenuit duwde iemand de balkondeuren nog wijder open.
Witte gordijnen fladderden naar buiten in de tocht.
De mannen in hun korenblauwe jassen kromden zich aan weerszijden van het instrument en duwden het schommelend naar binnen over twee parallelle planken.
Beneden juichten de kinderen.
De deuren gingen dicht.

[Eerste hoofdstuk van de roman van Anna Enquist:
Het geheim.uitg. De Arbeiderspers Amsterdam]

 

naar boven