|
Variatie in de klank
De traditionele rol van de piano in een
concert kent iedereen.
Bij het omzeilen van deze rol en
het zoeken naar nieuwe middelen om de relatie piano - orkest in
te kleuren, wordt de componist geconfronteerd met hetgeen níet
kan op een piano:
het maken van een crescendo vanuit een enkele
toon; een toon die wordt aangezet en die vervolgens groeit.
Dat werd het uitgangspunt voor een pianoconcert.
Het crescendo, volgend op de eerste noot, wordt gerealiseerd door
zes hoorns die de toon van de piano overnemen en daarmee als het
ware de klankkast van de piano vormen.
Dit idee van klankkast-werking wordt in een volgend stadium overgeheveld
naar het hele orkest.
Het gebruik van de piano als slaginstrument wordt daarbij niet
geschuwd, met uitzondering van het soms contemplatieve middendeel.
In het Pianoconcert is een principe terug te vinden: het verkennen
èn overschrijden van grenzen.
Dit wordt zelfs aanschouwelijk in het slot van het concert, wanneer
de laatste, hoogste noot van de piano, een c, met een stemsleutel
tot een fis wordt opgetrokken.
De spanning die dit oplevert voor de snaar en in de muzikale beleving,
culmineert met een enkele `zweepslag' in een abrupt slot van het
concert.
[Pianoconcerto
: for piano and orchestra : 1994 / Willem Jeths Amsterdam : Donemus
1997
Met financiële steun van het Fonds voor de Scheppende Toonkunst.
- Opgedragen aan Folke Nauta. - Cop. 1995. - Tijdsduur: ca. 22'
]
|