|
De Pianiste
(...)
Met haar ene hand heeft Erika Kohut zojuist gespeeld op de piano
van het verstand, met de andere op de piano van de hartstochten
Eerst hebben
de hartstochten zich uitgeleefd,
nu is de beurt aan
het verstand, dat haar
haastig over duistere paadjes naar huis drijft.
Maar ook het werk van de hartstochten is door anderen in plaats
van haar volbracht.
De lerares heeft ze bekeken en ze een cijfer overeenkomstig haar
scala toebedeeld.
Haast was ze daarbij meegezogen in een van die hartstochten, als
men haar had betrapt.
Erika holt voort tussen de rijen bomen, waar het boomsterven al
rondwaart door toedoen van maretaksoorten. Tal van takken hebben
al afscheid moeten nemen van hun plaats aan de stam en zijn in
het gras gevallen.
Erika verlaat in galop haar uitkijkpost om weer naar het warme
nest terug te keren.
Uiterlijk wijst niets op verwarring. Er steekt echter een wervelstorm
in haar op wanneer ze aan de rand van het Prater jonge mannelijven
ziet rondbanjeren, want ze zou qua leeftijd al bijna hun moeder
kunnen zijn!
Alles wat vóór die leeftijd is gebeurd, is onherroepelijk
voorbij en kan nooit herhaald worden.
Maar wie weet wat de toekomst brengt.
Door de tegenwoordige vorderingen van de medische wetenschap kan
de vrouw tot op hoge leeftijd haar vrouwelijke functies behouden.
|
|
|
|
Raoul Dufy
Erika trekt een ritssluiting dicht.
Op die manier beschermt ze zichzelf tegen aanraking. Ook tegen
toevallige aanrakingen.
Maar in haar gekwetste innerlijk graast de storm haar nog malse
weiden af. (...)
[fragment
uit "De pianiste", een roman van Elfriede
Jelinek over muziek, een vrouw en de liefde.
uitg. van Gennep Amsterdam]
|
|
|
|