|
Op een dag kwam een leerling pianomaker op zijn werk in de Steinway
fabriek. Hij trof zijn leermeester, een man die niet zo gemakkelijk
zijn gevoelens uitte, in tranen aan voor een gedemonteerd pianomechaniek
dat opgeknapt moest worden.
'Wat is er aan de hand?', vroeg de leerling, 'kan ik
ergens mee helpen?'
De leermeester legde uit dat, toen hij de piano uit elkaar haalde,
hij de naam van een andere pianotechnicus ontdekt had, verborgen
in het binnenste van het instrument. Die handtekening was van
zijn overleden vader.
Sinds die tijd mogen meester pianomakers hun initialen op een
verborgen plek stempelen.
Zo'n stempel ziet er uit als een Japanse calligrafie die je wel
eens in de hoek van een Japanse prent aantreft: bescheiden rechthoekig
en fraai grafisch vormgegeven.
Toch blijft de handeling van een pen te voorschijn halen en een
handtekening op het hout plaatsen te vergelijken met het signeren
van een belangrijk papieren document.
Hoeveel van ons zijn bij machte om hout en metaal vorm en klank
te geven tot iets dat we de piano noemen? Voor dat edele handwerk
is het een edel gebaar.
Welk een waardevolle ontdekking, vergelijkbaar met de vondst van
een parel in een oesterschelp, om het teken te vinden van iemand
die voor het instrument gezorgd heeft en het repareerde voordat
het weer de wereld in gezonden werd.
Een bericht zonder bestemming, met als enige zekerheid: 'Ik
was hier'
[fragment
uit: The Pianoshop on the Left Bank, door T.E.Carhart,
uitgeverij Vintage 2001]
naar
boven
|