|

De Luthéal
heeft vier registers die in verschillende combinaties te gebruiken
zijn. De vleugel lijkt daarmee een beetje op een kerkorgel. Als
je de registers uitschakelt klinkt het instrument gewoon als een
piano.
Voor
het clavecimbelregister hangen stalen contactpennen een millimeter
boven de snaren.
De pennen raken de snaren pas vanaf mezzoforte en zo krijg je
de klankkleur die op dat van het clavecimbel lijkt, maar wel met
het dynamische bereik van een vleugel.
Bij het harpregister
liggen dunne viltjes op alle snarenkoren, precies op de helft
van de snaarlengte, waardoor het geheel een octaaf hoger klinkt
en flageolettonen ontstaan.
Wanneer deze registers beide worden ingeschakeld, ontstaat de
typische klank van de Hongaarse cymbalon.
Knutselen aan de klank
Er zijn meerdere
componisten die niet tevreden zijn over de mogelijkheden van hun
piano en die als een soort muzikale auto- en brommerknutselaars
hun instrument gaan 'tunen' . Het is niet verwonderlijk
dat men dat tunen noemt want een getunede auto of brommer geeft
inderdaad een heel ander, en meestal woester, geluid dan voorheen.
Satie
propte voor zijn compositie 'Le piège de Méduse'
(1914) stukken papier tussen de snaren.
Er zijn componisten die onder de motorkap van hun vleugel kruipen
om de snaren met hun vingers in de klankkast te bespelen in plaats
netjes via de toetsen van het klavier.
Henry Cowell noemde het stuk dat hij op een dergelijke
manier maakte dan ook: 'Stuk voor een piano met snaren' (Pièce
pour piano avec cordes 1924).
Zou er ooit een componist geweest zijn die een stuk geschreven
heeft voor een piano zonder snaren?
De Amerikaanse
componist John Cage had behoefte aan wat meer tumult en
prepareerde zijn vleugel met voorwerpen uit zijn keukenkastje,
zoals vlakgommetjes, tochtstrips, schroefjes en eetlepels, die
vrolijk mee rammelden. Het klonk als een stoned Gamalanorkest
op het Pinkpopfestival, of een dronken beiaardier op het carillon
van de Westertoren. Maar voor Cage was dat juist de bedoeling.
Cage's beroemdste stuk voor geprepareerde piano heet 'Sonatas
and interludes' (1946-1948). Het werk bestaat uit zestien
'sonates' en vier tussenspelen, elk een niet langer dan een minuut
of vierenhalf, maar ieder afzonderlijk stuk is een klein wonder
van klank.
Er is tijdens
'De klap op de vuurpijl' van het Willem Breuker Kollektief,
een uitvoering geweest waarbij een zangeres tijdens het optreden
haar parelcollier brak. De pareltjes vielen in de vleugel en huppelden
vrolijk tussen de snaren mee.
Dit onderdeel is later aan de partituur toegevoegd, waarna het
natuurlijk jammer was dat je het verbaasde gezicht van de pianiste
Pauline Post niet meer kon zien.
De pianist
Carlos Moerdijk laat op allerlei manieren de mogelijkheden
van de Luthéal horen in stukken die zijn geschreven voor
viool en bewerkte piano. De viool wordt bespeeld door Emmy
Verhey. Je kunt verschillende componisten beluisteren zoals
onder meer Kodály, Granados, Bartók en Ravel.
De volksmuziek is vaak hun inspiratiebron, vandaar grilligheid,
veel contrasten, hartstocht, melancholie en vrolijkheid. De Luthéal
geeft extra mogelijkheden om die uiteenlopende stemmingen in zulke
muziek te benadrukken.

|